Belle van Zuylen: het ongetemde verlangen van een vrije vrouw
Belle van Zuylen (1740 - 1805) was een heel bijzondere Utrechtse vrouw, maar in het buitenland misschien wel bekender dan hier. Haar bijzondere levensloop vertelt een verhaal van talent, idealen en ambitie, die keihard botsen met de regide realiteit van het adelijk milieu in de 18e eeuw. Door trouw te blijven aan haar verlangens, wijsheid en principes, is zij nu een lichtend voorbeeld voor vrijheid en verandering.
Een ongewoon meisje op Slot Zuylen
Belle wordt op 20 oktober 1740 geboren op Slot Zuylen. Ze is de oudste van zeven kinderen in een adelijke gereformeerde familie. Haar volledige naam is Isabella Agneta Elisabeth van Tuyl- van Serooskerken, maar ze staat bekend als Belle van Zuylen. Het gezin had ook een winterwoning in Utrecht aan de Kromme Nieuwegracht, maar in de zomer verbleven ze op het langs de rivier de Vecht gelegen slot.
Op Slot Zuylen had Belle een onbezorgde jeugd. Ze werd, zoals vrijwel elke adelijke kind, begeleid door een gouvernante die van haar een respectabele dame moest maken. Maar al snel werd duidelijk dat Belle geen gewoon meisje was. Ze leerde graag en gemakkelijk, en ze schreef. Belle had een brede interesse en was verbaal zeer begaafd. Haar ouders waren vrij liberaal, in de zin dat ze zich mocht verdiepen in vrijwel elk onderwerp waarvoor ze zich interesseerde. Ze kreeg les in Engels, Italiaans, Latijn, Duits, Frans en godsdienst. En in de bibliotheek op het slot las Belle boeken waar veel vrouwen in die tijd geen toegang tot hadden. Vrij bijzonder was haar interesse en talent voor muziek, natuurkunde en wiskunde. Belle bezocht ook enkele college’s aan de Universiteit Utrecht, maar echt studeren zat er voor een vrouw in die tijd nog niet in.
Toch waren er ook bepaalde thema’s verboden terrein. Zo was Belle erg geïnteresseerd in het leven van gewone mensen, zoals dat van de boeren in de velden en dat van de molenaar, wiens molen ze uit haar slaapkamerraam kon zien draaien. Ook wilde ze vanalles weten over dierverzorging en tuinieren. Onderwerpen waar je je als adelijk meisje niet in hoorde te verdiepen. Want wat zou er gebeuren als je je met dieren of tuinieren bezig hield? Juist ja, je mooie jurk werd vies!
Ondanks haar brede ontwikkeling voelde Belle van Zuylen zich gevangen in het adelijke milieu, met al zijn etiquêtte, verwachtingen en verplichtingen. Ze zat opgesloten in een gouden kooi.
Een adelijke rebel
Het schuurde erg tussen Belle en haar adelijke omgeving. Haar vooruitstrevende en controversiële ideeën schreef ze neer in een anonieme publicatie. In 1762 schreef ze ‘Le Noble’. Het boek, geschreven onder een pseudonym, was een satire op haar eigen adelijke milieu. Ze stak daarin de draak met de heersende gewoontes, hoe je je moest gedragen, met wie je wel en niet mocht trouwen. In de roman vlucht de vrouwlijke hoofdpersoon een kasteel uit op weg naar haar geliefde. Om over de modderpoelen voor de kasteeldeur te komen, gebruikt ze de schilderijen van haar ouders.
Het boek werd een succes, en toch eigenlijk ook weer niet. Want uiteindelijk kwam men er toch achter wie het boek geschreven had, en Belle’s ouders werden er op aangesproken. Zij kochten toen alle boeken bij de boekhandels op en lieten deze verbranden. Het geeft aan hoe moeizaam haar relatie was met haar omgeving en ouders, omdat ze veel moderner was, haar tijd ver vooruit. In de boeken en brieven die ze schreef, klinkt altijd een diep verlangen naar vrijheid, niet alleen geestelijk maar ook sociaal.
Een zoektocht naar liefde
In die tijd was er in feite maar één manier om als jongedame uit de gouden kooi van het kasteel te breken. Dat was door te trouwen. Maar een huwelijk kwam er in de praktijk op neer dat je in een ander kasteel de leiding over de huishouding en kinderen kreeg. En dat zag Belle niet zitten. Als ze zou trouwen, zou het zijn met iemand die haar gelijke was, die haar denkbeelden deelde, iemand die haar een vrije vrouw liet zijn. En zo iemand kwam ze tegen!
Op haar twintigste ging Belle met haar ouders naar een bal aan het hof in Den Haag. Een bal was dé manier om in contact te komen met mogelijke huwelijkspartners. Op dat feest was er ook een oudere, Zwitserse officier, genaamd Constance d’Hermenches. Tegen alle etiquêtte in loopt Belle naar hem toe en vraagt hem ten dans. Dit was ongehoord in adelijke kringen! Na de dans liet haar vader de koets voorrijden en Belle moest per direct het feest verlaten. Maar de vonk was overgeslagen en Belle begon een briefwisseling met deze legerofficier.
Het bleek een onmogelijke liefde te zijn, d’Hermenches was 18 jaar ouder én getrouwd. En toch schreven de twee elkaar 17 jaar lang in het geheim brieven. Constance d’Hermenches was dé grote geheime liefde van haar leven. En toen Belle uiteindelijk de correspondentie verbrak, smeekte zij hem haar brieven te verbranden. Maar dat heeft hij uiteindelijk niet gedaan.
Daarom kunnen we nu lezen dat d’Hermanches haar schrijft, vlak voordat hij naar een oorlog werd uitgezonden:
Mijn hart is te zeer verscheurd om het je te durven aanbieden, onvergetelijke Belle.
En zij antwoordde:
Mijn verbeelding zocht naar je. Mijn verlangens liefkoosde je totdat ik insliep. Vaarwel d’Hermenches! Tot in mijn dromen zal ik om je treuren.
Een huwelijk in ruil voor vrijheid
Vele feesten heeft de vader van Belle op Slot Zuylen voor haar georganiseerd, en vele huwelijkskandidaten kwamen langs. Maar een geschikte partner vinden dat lukte niet, want Belle wees iedereen af. Ze vond de naar haar hand dingende mannen te dom, te saai of te autoritair. Ook de talentvolle Schotse schrijver en geleerde James Boswell, met wie Belle in het geheim correspondeerde, deed haar vader een huwelijksaanzoek. Het was een brief van maar liefst 8 bladzijden met daarin allerlei huwelijkse voorwaarden, onder meer dat ze geen contact met andere mannen mocht hebben zonder zijn toestemming. Daar kon Belle natuurlijk niet mee akkoord gaan en ze wijst hem af. In een latere briefwisseling met Boswell schrijft ze:
Je hebt groot gelijk dat ik er niet voor zou deugen om je vrouw te worden, daarover zijn we het volkomen eens, ik heb geen talent voor ondergeschiktheid.
‘Ik heb geen talent voor ondergeschiktheid’ is een levensovertuiging die Belle karakteriseert, en welke ze ook in een partner zocht. Maar bij vrijwel niemand kon ze vinden wat ze echt wilde; liefde én vrijheid. En daarom woonde Belle tot haar 31ste op Slot Zuylen. Uitzonderlijk, want huwelijken werden vaak al voor het twintigste levensjaar gesloten.
Uiteindelijk trouwt Belle in 1771 met de leraar van haar broer. Charles-Emmanuel de Charrière. En Belle van Zuylen werd madame de Charrière. Het is een verstandshuwelijk, maar het was haar weg uit de gouden kooi. Ze verhuist naar Colombier in Zwitserland en mag schrijven met wie ze wil, doen waar ze zin in heeft. Ze componeerde, schreef pamfletten en toneelstukken, schilderde en studeerde. In de vele brieven en werken die bewaard zijn gebleven, hield ze zich bezig met vrouwenemancipatie, de rol van het huwlijk, religieuze tolerantie en sociale ongelijkheid.
Belle van Zuylen was een schrijfster in een tijd dat het schrijven van boeken door vrouwen nog heel bijzonder was. De koning van Pruisen noemde haar de godin van de Nederlanden. Ze had contact met de verlichtingsfilosofen Rousseau, Voltaire en Hume. Belle was een feministe avant-la-lettre, een vrijdenker en ze voelde de tijdsgeest, de alomaanwezige hunkering naar verandering, haarfijn aan. Op 65 jarige leeftijd stierf ze in Zwitserland, niet verliefd maar wel vrij.
Dit artikel is de eerste in een reeks over vier heel bijzondere Utrechtse Vrouwen; Belle van Zuylen, Anna Maria van Schurman, Suster Bertken en Marie Anne Tellegen. Wil je meer inspirerende verhalen horen, boek dan een stadswandeling over Sterke Utrechtse Vrouwen.
















